Interieur

Je meubels mogen eindelijk verschillende houttinten hebben

· 6 min leestijd

Jarenlang kreeg je overal hetzelfde advies te horen als je een nieuwe kast of eettafel kocht: zoek de houtkleur die je al in huis hebt en blijf daarbij. Een lichte eiken vloer vroeg om lichte eiken meubels, een donkere notenhouten kast om donkere accessoires. Die regel is dit jaar stilletjes ingetrokken. Interieurdesigners combineren bewust meerdere houttinten in dezelfde kamer, en het resultaat oogt niet rommelig, maar juist warmer en persoonlijker.

Waarom deze knieval naar warmte er nu is

De strak gestileerde, grijs-witte interieurs van de afgelopen jaren maken plaats voor iets levendigers. Na een periode van gebleekt en vergrijsd hout kiezen mensen weer voor rijkere, warmere tinten zoals mahonie, kastanje en cognac. Dat past bij een bredere beweging: kleuren als chocoladebruin en diep terracotta duiken overal op, van verf tot meubelstoffering. Een interieur dat helemaal uit één houtsoort bestaat, oogt in die context al snel steriel in plaats van rustig.

Het is ook een praktische ontwikkeling. Weinig mensen kopen hun hele woonkamer in één keer bij dezelfde winkel. Door houttinten bewust te mengen, hoef je een nieuwe salontafel niet meer af te wijzen omdat hij net iets donkerder is dan je dressoir.

Kies eerst een ankertoon voor de ruimte

Voordat je gaat mengen, heb je een basis nodig. Kies één dominante houttoon die zo'n 60 tot 70 procent van het hout in de kamer bepaalt, meestal het grootste oppervlak: de vloer, een kastenwand of de eettafel. Alles daaromheen mag afwijken, zolang die ankertoon overduidelijk de hoofdrol houdt. Zonder dat anker voelt een kamer al snel als een verzameling losse stukken in plaats van een geheel.

Let op de ondertoon, niet op de exacte kleur

De meest gemaakte fout is letten op de kleur in plaats van op de ondertoon. Een lichte eiken vloer met een gele, warme ondertoon combineert lastig met een grijzig, koel gebeitst dressoir, ook al lijken beide op het eerste gezicht "licht hout". Warme tinten (eiken, kersen, cognac) mengen doorgaans prima met elkaar, net als koele tinten (essen, gerookt eiken, grijs gebeitst). Pak bij twijfel een houtstaal mee naar de winkel in plaats van op je geheugen te vertrouwen.

Textuur doet het zware werk

Grof geaderd, ruw hout en glad, fijn gefineerd hout kunnen naast elkaar bestaan zonder te schuren, juist omdat de textuur het contrast verzacht. Een gladde notenhouten kast, een tafel met zichtbare noesten en een oud grenen krukje kunnen in dezelfde hoek staan zolang de textuurverschillen voor diepte zorgen in plaats van voor onrust. Wil je die gelaagdheid ook op je muren doortrekken? Kalkverf werkt volgens hetzelfde principe: het voegt textuur toe zonder een extra kleur erbij te halen.

Eiken blijft de veilige basis, noten de spraakmakende laag

Eikenhout blijft in 2026 de populairste keuze als ankertoon, precies omdat het zich makkelijk aanpast aan zowel warme als koelere tinten eromheen. Wil je een statement maken, gebruik dan notenhout spaarzaam op één plek: een eettafel, een dressoir, een enkele plank. Noten is donkerder en heeft een uitgesproken nerf, dus een klein beetje is vaak al genoeg om een kamer diepte te geven zonder dat het zwaar aanvoelt.

Zo begin je zonder je meubels weg te doen

Je hoeft niet meteen je bank of eettafel te vervangen om deze trend in huis te halen. Begin klein: een houten dienblad, een plank of een krukje in een andere tint dan je bestaande meubels. Twijfel je of het klikt, zet het nieuwe stuk dan een paar dagen op de plek waar het moet komen en bekijk het bij ochtend- en avondlicht, want ondertonen vallen bij kunstlicht heel anders uit dan bij daglicht. En bedenk dat deze trend ook ergens anders in huis al is ingezet: net zoals messing en chroom niet langer bij elkaar hoeven te passen, geldt voor hout dat verschil juist het verhaal vertelt. Combineer het gerust met een stevig, dikker gestoffeerd meubelstuk als tegenwicht, en je hebt een kamer die oogt alsof hij over jaren is opgebouwd in plaats van in één middag bij dezelfde winkel gekocht.

V
Geschreven door Vera Hendriksen Interieur redacteur

Vera studeerde interieurarchitectuur in Eindhoven en ontwikkelde daar een zwak voor Scandinavisch design dat inmiddels meer een obsessie is. Ze kan uren praten over de juiste kleurtemperatuur van een lamp en heeft haar eigen woonkamer al zeven keer opnieuw ingericht, telkens met het excuus dat het vorige concept niet meer bij haar paste. Haar kat, die bij elke verbouwing weer een nieuw favoriete plekje moet zoeken, vindt dat aanzienlijk minder leuk dan zij. Tussen het herinrichten door schrijft ze artikelen over woontrends die ze zelf ook daadwerkelijk toepast, wat haar creditcardafschrift maandelijks bevestigt. Haar guilty pleasure is keukenshowrooms bezoeken zonder koopplannen, puur voor de inspiratie. Collega's noemen haar de enige persoon die oprecht enthousiast kan worden van een nieuw type deurklink.